DECODIUM 4.0
v1.0.498
DECODIUM

DECODIUM 4.0
Core Shannon

Gebruikershandleiding

Softwareversie 1.0.498 Handleidingsversie 2026-07-25 Licentie GPL-3.0 FT2 ADIF SUBMODE=FT2

Martino Merola — IU8LMC · FT2 & DECODIUM lead developer
Salvatore Raccampo — 9H1SR · C++ core, macOS & Linux builds
ft2.it · community.ft2.it

Hoe je deze handleiding gebruikt

De handleiding bestaat uit drie delen:

Deel Hoofdstukken Voor wie
Deel I — Installeren en configureren 1–4 Wie Decodium voor het eerst installeert
Deel II — Bedrijf 5–13 Wie dagelijks op de banden actief is
Deel III — Naslag 14–20 Wie de precieze betekenis van één specifieke optie zoekt

De namen van de bedieningselementen staan zoals ze in de Engelstalige interface verschijnen (Monitor, Setup > Radio, Halt), omdat dat de referentietaal van de programmacode is. Gebruik je Decodium in het Nederlands, Italiaans, Lets of een van de andere beschikbare talen, dan zitten de bedieningselementen op precies dezelfde plaats; de vertaling staat erbij waar die verwarring kan geven.

Opmerking over de beschikbaarheid van functies. Decodium wordt voor Windows, macOS en Linux gebouwd met verschillende decoder-backends en bibliotheken. Sommige functies die hier beschreven staan, kunnen ontbreken of uitgeschakeld zijn, afhankelijk van het platform, de aangesloten radio en de build-opties van het pakket dat je hebt gedownload. De handleiding wijst daarop waar het van belang is.

Deel I — Installeren en configureren

1. Inleiding

1.1 Wat Decodium 4 is

Decodium 4.0 Core Shannon is een volledig digitaal station voor de zwaksignaalmodes. Het komt uit de lijn WSJT-X / Decodium en brengt die naar een andere architectuur: Qt 6 / QML-interface, decoders en modulatoren die stapsgewijs in C++ zijn herschreven, geïntegreerde CAT-besturing met meerdere backends, GPU-versnelde waterfall en panadapter, live kaart, DX Cluster, PSK Reporter, QSO-log en een decodeergeschiedenis in een database.

Met Decodium 4 kun je:

De naam Core Shannon verwijst naar Claude Shannon en naar de grondgedachte van het project: zwakke digitale communicatie behandelen als een vraagstuk van informatie, synchronisatie, robuustheid en bedrijfszekerheid — niet als een oefening in modulatie.

1.2 Wat er verandert ten opzichte van Decodium 3

Wie van Decodium 3 "Raptor" komt, vindt drie wezenlijke verschillen:

  1. Nieuwe interface. De Qt Widgets-interface is vervangen door een QML-interface met panelen die je kunt vastzetten, losmaken en herschikken, met een indeling die tussen sessies bewaard blijft.
  2. C++-motor. De decoders en modulatoren van de FTx-familie zijn naar C++ gemigreerd, met vergelijkingstests tegen de oude routines. Voor enkele gespecialiseerde VHF/UHF-modes blijven oudere componenten aanwezig.
  3. Geïntegreerde diensten. Decodeergeschiedenis in SQLite, webdashboard, DX Cluster, PWR/SWR/ALC-telemetrie en stationdiagnose horen bij het programma en vragen geen externe hulpmiddelen.

Het bestand CHANGELOG.md bij de broncode geeft de wijzigingen release per release.

1.3 FT2 in twee regels

FT2 (Fast Track 2) is de digitale mode die binnen dit project is ontstaan en die in ADIF is gecertificeerd met MODE=MFSK en SUBMODE=FT2.

Parameter Waarde
Modulatie 4-GFSK
Symbolen per bericht 105 (87 data + 16 sync + 2 ramp)
Symboolduur 24 ms (288 samples bij 12 kHz)
Toonafstand ≈ 41,667 Hz
Bezette bandbreedte ≈ 167 Hz
Duur van de uitzending ≈ 2,52 s
T/R-slot 3,75 s
Codering LDPC(174,91) + CRC-14
Nuttige lading 77 bits
ADIF-submode FT2 (met MODE=MFSK)

Hoofdstuk 6 is volledig gewijd aan FT2 en de bijbehorende opties.

1.4 Licentie en broncode

Decodium 4 wordt verspreid onder GPL-3.0. De volledige licentietekst staat in het bestand COPYING bij de broncode en bij de pakketten. De broncode is openbaar op GitHub, met de volledige commitgeschiedenis en downloadbare releases.


2. Systeemeisen en installatie

2.1 Systeemeisen

Ondersteunde besturingssystemen

Aanbevolen minimale hardware

Op eenvoudiger machines is de Slow-PC-stand beschikbaar (paragraaf 4.9), die de grafische belasting en de verversingsfrequentie van de interface verlaagt.

2.2 Het pakket downloaden

  1. Open de pagina Releases van de officiële repository.
  2. Download het pakket voor jouw systeem: - Windows: x64-installatieprogramma; - macOS Apple Silicon / Intel: .dmg-bestand; - Linux: AppImage voor x86_64 of aarch64.
  3. Installeer het pakket of maak het bestand uitvoerbaar en start Decodium.

2.3 Windows

Start het installatieprogramma en volg de wizard. Bij de eerste start kan Windows om netwerktoegang vragen: die moet je toestaan als je NTP, DX Cluster, PSK Reporter, het webdashboard of automatische updates wilt gebruiken.

De Windows-pakketten zijn digitaal ondertekend; de aantekeningen over de codesignatuur staan in het bestand CODE_SIGNING_POLICY.md bij de broncode.

2.4 macOS

Blokkeert macOS de toepassing wegens quarantaine, verwijder dan het attribuut van de geïnstalleerde app:

sudo xattr -r -d com.apple.quarantine /Applications/Decodium.app

De precieze naam van de app kan verschillen afhankelijk van het gebouwde pakket.

macOS vraagt om toestemming voor de microfoon de eerste keer dat Decodium de audio-ingang opent: zonder die toestemming bereikt geen enkel signaal de decoder.

2.5 Linux (AppImage)

Maak de AppImage uitvoerbaar en start hem:

chmod +x Decodium*.AppImage
./Decodium*.AppImage

Op sommige distributies is libfuse2 nodig, of je kunt de inhoud handmatig uitpakken:

./Decodium*.AppImage --appimage-extract
cd squashfs-root
./AppRun

Voor toegang tot de seriële poorten moet de gebruiker in de juiste groep zitten (dialout op Debian/Ubuntu, uucp op Arch). Na het toevoegen is opnieuw aanmelden nodig.

2.6 Updates

Decodium heeft een updatecontrole (Setup > Advanced > DATA UPDATES). Is er een nieuwere versie, dan verschijnt een venster met de release-aantekeningen en de link naar het pakket. Het bijwerken wist geen instellingen, logs of decodeergeschiedenis.


3. Eerste configuratie

Dit hoofdstuk behandelt het minimum dat nodig is voor het eerste QSO. De volledige naslag van alle instellingen staat in hoofdstuk 14.

Open de instellingen met de knop ⚙ Setup in de bovenbalk.

3.1 Station — Setup > Station

Vul de velden in de sectie STATION DETAILS in:

Veld Wat in te vullen
My Call Je call, zonder onnodige suffixen
My Grid Locator van 4 of 6 tekens (bijvoorbeeld JN71DC)
Auto Grid Aanzetten als je wilt dat de locator een GPS of externe dienst volgt
IARU Region Jouw IARU-regio: die bepaalt de bandplannen
Type 2 Msg Gen Berichtgeneratie voor samengestelde calls: laat Full staan als je geen prefix of suffix hebt
Op Call Call van de operator, als die afwijkt van de stationscall

De sectie STATION INFO (Station Name, QTH, Rig Info, Antenna, Power (W), WSPR Power) heeft geen invloed op het zenden: die voedt het ADIF-log en de externe diensten. Nu invullen voorkomt later onvolledige logs.

3.2 Radio en CAT — Setup > Radio

Kies in de sectie BACKEND CAT hoe Decodium met de radio praat:

Backend Wanneer te gebruiken
Native (15 radios) Direct ondersteunde radio's: de kortste weg, met de minste afhankelijkheden
Hamlib (300+ radios) De algemene keuze, en de breedste wat ondersteunde modellen betreft
TCI Radio's of SDR-software met een TCI-interface
OmniRig Windows, wanneer de radio al door OmniRig wordt beheerd en met andere programma's wordt gedeeld

Daarnaast kan Decodium samenwerken met Ham Radio Deluxe wanneer de radio al onder HRD-besturing staat.

Stel in de sectie CAT CONTROL de seriële poort, de snelheid, de stopbits, de handshake en de PTT-methode in (CAT, RTS, DTR, VOX). Onder Linux zijn de stabiele paden /dev/serial/by-id/... te verkiezen boven /dev/ttyUSB*, die bij elke herstart kunnen wijzigen.

Kies in de sectie SPLIT OPERATION de split-stand:

Fake It is bij de meeste moderne radio's de beste keuze, omdat de zendtoon weg blijft van de filterflanken en de zendvervorming afneemt.

Controleer de verbinding met de sectie DIAGNOSTICS: je moet de werkelijke frequentie van de radio zien, de bandwissel moet in beide richtingen werken en de PTT moet de radio met Tune in zenden zetten.

Datamodes. Decodium probeert de modes DATA/PKT van Icom-, Yaesu- en Kenwood-radio's te behouden, zodat de radio niet naar USB/LSB wordt gedwongen wanneer DATA-U de juiste instelling is. Merk je dat de radio uit de datamode valt wanneer Decodium van frequentie wisselt, controleer dan de mode die in deze sectie is ingesteld.

CAT-profielen. Je kunt meerdere CAT-configuraties als profiel opslaan en via het menu Profile terughalen. Dat is de snelste manier om tussen twee radio's te wisselen, of tussen de vaste en de portabele opstelling.

3.3 Audio — Setup > Audio

Kies in de sectie AUDIO DEVICES:

Stel in de sectie LEVELS de RX- en TX-niveaus in. Decodium heeft een automatische RX-niveauregeling, standaard actief, die tegen oversteuring beschermt zonder dat je achter de schuifregelaar aan moet: schakel je die uit, mik dan op een ontvangstniveau dat de ruisvloer rond 30–50 dB op de indicator houdt.

Voor het zenden geldt onverkort de regel van de digitale modes: geen compressie, geen bewerking, ALC in rust. Verhoog het TX-niveau tot het gewenste vermogen, en niet verder. Paragraaf 16.2 legt uit hoe je de ALC-telemetrie leest om dat te controleren.

Onder Windows wordt het audiopad na het zenden opzettelijk stevig herstart, om niet-geleegde buffers en blijvende dragers te voorkomen. Merk je na elke uitzending een korte stilte, dan werkt dat mechanisme naar behoren.

3.4 Kloksynchronisatie

Voor FT8, FT4 en — nog kritischer — voor FT2 is tijdsynchronisatie het verschil tussen decoderen en helemaal niets decoderen.

Decodium bevat:

Zet Enable NTP aan en controleer of het paneel een gesynchroniseerde status meldt. Een gemiddelde DT die bij veel stations stelselmatig van nul afwijkt, duidt op een probleem met de plaatselijke klok, niet op de propagatie.

3.5 Bedrijfsmode

Kies de mode in de keuzelijst van de bovenbalk. Voor het eerste QSO:

  1. Begin met FT8 op een standaardfrequentie: zo controleer je audio, CAT en tijd onder bekende omstandigheden.
  2. Controleer of er binnen een of twee periodes decodes in Full Spectrum verschijnen.
  3. Ga pas daarna over op FT2, dat veel minder vergevingsgezind is voor fouten in timing en audioconfiguratie.

4. De interface

4.1 Opbouw van het venster

Het hoofdvenster van Decodium 4 bestaat uit:

Element Functie
Bovenbalk (toolbar) Frequentie, band, mode, CAT-status, RX/TX en snelknoppen
Waterfall / Panadapter Tijd-frequentieweergave en spectrum van de audioband
Full Spectrum Alle decodes van de periode, het equivalent van de "Band Activity"
Signal RX De decodes die van belang zijn voor het lopende QSO
TX-paneel Berichten TX1…TX7, QSO-status en zendbediening
Statusbalk Bedrijfstoestand, meldingen, tellers
Hulppanelen Live Map, QSO Log, DX Cluster, Astro, Time Sync, MAM, Caller Queue, FT2-Link

4.2 De bovenbalk

De knoppen in de bovenbalk zijn instelbaar (Setup > UI Buttons), zowel in zichtbaarheid als in volgorde:

Knop Functie
Monitor (MON / STOP) Start en stopt de ontvangst
Setup (⚙) Opent de instellingen
REC Audio-opname
WAV WAV-bestanden openen en decoderen
Log Opent het venster met het QSO-log
Macro Vooraf ingestelde berichten en macro's
Astro Astronomische en maangegevens
Layout Zet de vensterindeling terug
History Decodeergeschiedenis in de database
CAT Venster voor radiobesturing
Async FT2 (A) Status van het asynchrone FT2-decoderen
PSK Reporter PSK Reporter-paneel
DX Cluster DX Cluster-paneel
World Clock Wereldklok

De knoppen herschikken: lang indrukken en slepen. Terug naar de oorspronkelijke indeling met Restore default button order in Setup > UI Buttons.

4.3 Waterfall en panadapter

De waterfall toont het verloop van het spectrum in de tijd; de panadapter toont het momentane spectrum, met de audiofrequentieschaal onderaan.

Belangrijkste handelingen:

De waterfall kan in een eigen venster losgemaakt, weer vastgezet of geminimaliseerd worden. In een compacte indeling gebruikt hij een lagere geschiedenisdrempel, wat geheugen en textuur spaart zonder het zichtbare deel te verliezen.

4.4 Full Spectrum

Full Spectrum toont alle decodes van de lopende periode. De zichtbare kolommen stel je in bij Setup > Display > DECODES; daarbij horen onder meer afstand (Dist), azimut (Az) en frequentie.

De regels worden gekleurd volgens de regels in Setup > Colors > DECODE COLORS: nieuw DXCC, nieuw continent, nieuwe CQ- of ITU-zone, nieuwe locator, nieuwe call, CQ in het bericht, 73/RR73, stations die al gewerkt zijn (B4), LoTW-gebruikers en verzonden berichten.

4.5 Signal RX

Signal RX is het chirurgische venster: het toont alleen wat het lopende QSO en de stations die jou aanroepen betreft. Tijdens een pile-up is dit het paneel om naar te kijken, want Full Spectrum wordt onleesbaar.

4.6 TX-paneel

Het TX-paneel bevat:

Ook de volgorde van de knoppen in het TX-paneel is aanpasbaar, met terugzetten via Restore default TX panel order.

Halt (of Esc) breekt de uitzending onmiddellijk af: dat is het commando dat je uit je hoofd moet kennen.

4.7 Indeling: vastzetten, losmaken, terugzetten

Elk hoofdpaneel kan:

De indeling wordt bij afsluiten opgeslagen en bij de volgende start weer geladen, inclusief losgemaakte vensters en hun positie.

4.8 Compacte stand

De compacte stand verlaagt de hoogte van kopregels en rijen, zodat er meer decodes op het scherm passen. Op laptops en kleine schermen is dat de juiste keuze.

4.9 Slow-PC-stand

Slow-PC mode verlaagt de belasting van interface en grafiek: minder frequente verversing van de waterfall, minder animaties, minder werk in de grafische thread. Zet die aan als je op oudere machines haperingen in de interface of vertraging in het decoderen merkt: bij FT2 kan een interface die het niet bijhoudt je het zendslot kosten.

4.10 Thema's en uiterlijk

In Setup > Display > ASPETTO / TEMA kies je het thema (waaronder het donkere thema), de kleuren van de interface en de lettertypen. In Setup > Display > FONT stel je het lettertype van de decodes in: gebruik een lettertype met vaste breedte, anders lopen de kolommen van de berichten niet gelijk.


Deel II — Bedrijf

5. Het QSO: van ontvangst tot log

5.1 De ontvangst starten

  1. Druk op Monitor: de knop gaat naar STOP en de waterfall begint te lopen.
  2. Controleer of het RX-niveau niet oversteurt.
  3. Wacht een of twee periodes: de decodes verschijnen aan het einde van elk slot in Full Spectrum.

Decodeer je niets terwijl de waterfall wel signalen toont, dan zit het probleem bijna altijd in de klok (paragraaf 3.4) of in de verkeerde mode voor die frequentie.

5.2 Een station aanroepen

  1. Dubbelklik op de regel van het station in Full Spectrum of Signal RX. Decodium zet het tegenstation, maakt de berichten aan en kiest het juiste slot.
  2. Controleer de audiofrequentie voor zenden: in de FTx-modes is het goede gebruik om in een vrij deel van het spectrum te zenden, niet bovenop het station dat je aanroept.
  3. Controleer de berichten die in het TX-paneel zijn aangemaakt.
  4. Zet het zenden aan.
  5. Met Auto Sequence actief maakt Decodium het QSO zelf af: rapport, bevestiging, RR73/73.

5.3 CQ roepen

  1. Kies TX6 (het CQ-bericht).
  2. Zet het zenden aan, of gebruik Auto CQ om herhaald te roepen.
  3. Volg Signal RX voor directe antwoorden.
  4. Laat Auto Sequence het werk doen of grijp handmatig in.

Met Auto CQ actief begint Decodium na elk QSO weer CQ te roepen, behoudens de ingestelde beveiligingen (watchdog, SWR-controle, herhalingsgrenzen).

5.4 Auto Sequence en de opties

Setup > TX > AUTO SEQUENCE bundelt de regels die de automatiek besturen:

Optie Werking
Auto Sequence Schakelt het automatisch doorlopen van de QSO-reeks in
Send RR73 Gebruikt RR73 in plaats van RRR wanneer het QSO als zeker geldt
Quick QSO Verkorte reeks van vier berichten, met herkenning van TU
Resume QSO on partner reply Hervat een afgebroken reeks als het tegenstation antwoordt
Disable TX after 73 Stopt het zenden na de 73 in plaats van door te gaan
MSK/Q65 TX until 73 Blijft in MSK144 en Q65 zenden tot de 73

Quick QSO is bedoeld voor contesten en hoog tempo: het brengt het QSO terug tot vier wisselingen en levert toch een geldig logboekregel op.

5.5 Herhalingen en het afsluiten van het QSO

Setup > TX > FT2 UTILITY bevat de parameters voor het afsluiten van het QSO, met afzonderlijke waarden voor FT2, FT4 en FT8:

Optie Betekenis
FT2/FT4/FT8: signoff retries (73/RR73) Hoe vaak het afsluitbericht wordt herhaald voordat wordt opgegeven
Weak-partner signoff boost Verhoogt de herhalingen wanneer het tegenstation zwak is
weak SNR threshold (dB) SNR-drempel waaronder het tegenstation als zwak geldt
extra signoff retries Extra herhalingen die in dat geval worden toegestaan
Caller retries (max TX repeats per step) Maximaal aantal herhalingen per stap wanneer jij aanroept
Caller retries hard cap Absolute bovengrens, ook met de watchdog actief

Deze opties hebben samen één duidelijk doel: zwakke QSO's afronden zonder de frequentie eindeloos te bezetten. Werk je marginale DX, verhoog dan de toeslag voor zeer zwakke tegenstations; werk je contest, houd de herhalingen dan laag.

5.6 Het QSO in het log zetten

Bij het afsluiten van het QSO opent Decodium het bevestigingsvenster voor het log (als Prompt to log QSO actief is in Setup > Reporting > LOGGING). Het QSO wordt in het plaatselijke ADIF-log geschreven en, indien geconfigureerd, doorgegeven aan QRZ Logbook, Cloudlog, LoTW en de aangesloten externe programma's.

Met Alt+L log je het lopende QSO zonder de muis te gebruiken.

5.7 Worked-before (B4)

Decodium herkent stations die al gewerkt zijn aan de hand van call, band en mode samen. Een QSO op 20 m FT2 markeert dezelfde call niet als gewerkt op 20 m FT8 of op 40 m FT2. De kleur B4 in Full Spectrum duidt dus op een echt duplicaat, en de markeringen "nieuw DXCC / locator / zone" blijven betrouwbaar, ook als je tijdens de sessie van mode wisselt.


6. Werken met FT2

FT2 is de mode waarmee dit project is begonnen en blijft de belangrijkste doelstelling. Dit hoofdstuk brengt alles over FT2 op één plaats samen.

6.1 Wat je van FT2 kunt verwachten

Het FT2-slot duurt 3,75 seconden en de uitzending ongeveer 2,52 seconden. Dat betekent twee dingen:

  1. Het QSO-tempo is veel hoger dan bij FT8 en merkbaar hoger dan bij FT4: dat is het voordeel in contesten, pile-ups en DX-expedities, waar de tijd per QSO de beperkende factor is en niet de gevoeligheid.
  2. De tijd om te decoderen, te beslissen en de uitzending voor te bereiden is krap. Audioconfiguratie, klokprecisie en processorbelasting wegen veel zwaarder dan bij FT8.

FT2 is geen "betere FT8": het is een snelle mode, geoptimaliseerd voor omstandigheden waarin het signaal aanwezig is en tijd het schaarse goed is.

6.2 Asynchroon decoderen

Decodium decodeert FT2 asynchroon: in plaats van het einde van het slot af te wachten en alles in één keer te verwerken, werkt het op overlappende blokken terwijl het signaal nog binnenkomt. Dat verkort de vertraging tussen het einde van de uitzending van het tegenstation en het verschijnen van het bericht op het scherm — tijd die je bij FT2 volledig nodig hebt om in het juiste slot te antwoorden.

De status van het asynchrone decoderen zie je met de knop Async FT2 (A) in de bovenbalk.

6.3 De zendplanner

De TX-planner van FT2 volgt één regel waarover niet valt te onderhandelen: nooit een uitzending beginnen die binnen het slot niet kan worden afgemaakt. Een afgekapte uitzending wordt door niemand gedecodeerd en vervuilt alleen de frequentie.

Daarom bestaan de volgende beveiligingen:

Optie (Setup > TX > FT2 UTILITY) Werking
FT2: conservative TX window (no truncated frames) Weigert uitzendingen die te laat in het slot zouden beginnen
Immediate TX on click (1.0.283 style) Herstelt het onmiddellijk zenden bij een klik, zonder op de uitlijning te wachten
Adaptive async TX timing (experimental) Past het startmoment dynamisch aan de gemeten omstandigheden aan
FT2: manual one-shot disarm (1.0.300+) Ontkoppelt één handmatige uitzending zonder de automatiek uit te schakelen

Zie je je uitzendingen starten en vervolgens afbreken, controleer dan eerst de tijdsynchronisatie en daarna het conservatieve TX-venster.

6.4 De robuustheidsopties van FT2

Deze opties zijn er voor zwakke, onstabiele of door QSB getroffen signalen. Zet ze niet allemaal "voor de zekerheid" aan: elke optie kost processortijd of latentie.

Optie Wanneer aanzetten
Conservative FT2 (weak-signal mode) Zeer zwakke signalen: robuustheid gaat voor snelheid
FT2 partner-memory (anti-QSB) Het tegenstation verdwijnt en komt terug: Decodium bewaart de status over de slots heen
FT2 TX2 re-send on stall De reeks blijft bij de tweede wisseling hangen: TX2 wordt herhaald
FT2: AP cache rescue (experimental) Herstel met voorkennis over de verwachte berichten
FT2: narrow reply decode (experimental) Decoderen geconcentreerd op het gebied van het verwachte antwoord
FT2: full decode in AutoCQ Volledig decoderen ook tijdens Auto CQ, ten koste van meer processorwerk
FT2: close strong partners earlier Sluit QSO's met sterke tegenstations eerder af en geeft het slot vrij
FT2: adaptive decode (CPU saver) Vermindert het decodeerwerk wanneer de processor onder druk staat
FT2: skip redundant end-slot decode Slaat een overbodige decodering aan het einde van het slot over en verlaagt de latentie
Smooth decode flow Spreidt het publiceren van de decodes zodat de interface niet wordt overspoeld

Aanbevolen begininstelling: laat de standaardwaarden staan, zet FT2 partner-memory aan als je DX met QSB werkt, en zet Conservative FT2 alleen aan wanneer je signalen op de grens najaagt.

6.5 Beveiligingen voor log en berichten

Optie Werking
Post-log RRR re-engage guard (FT2) Voorkomt dat een RRR die na het loggen binnenkomt een afgesloten QSO heropent
courtesy RRR max Maximaal aantal RRR uit hoffelijkheid dat in dat geval wordt verzonden
Log RR73 even if partner leaves (FT2) Logt het QSO ook als het tegenstation na de RR73 stopt met zenden
FT2 state transition census (log only) Legt de toestandsovergangen van het QSO vast voor diagnose, zonder het gedrag te wijzigen

Die laatste optie is nuttig wanneer je een probleem met de reeks moet melden: hij levert het exacte spoor van de doorlopen toestanden, en dat is precies wat nodig is om de fout te reproduceren.

6.6 Calls en hashes

FT2 comprimeert calls, net als FT8 en FT4. Lange of samengestelde calls reizen als hash en worden door de ontvanger opgelost aan de hand van calls die al eerder zijn gezien. Decodium heeft beveiligingen tegen ghost calls (calls die schijnbaar worden gedecodeerd maar er niet werkelijk zijn) en tegen niet-opgeloste ladingen: kan een bericht niet met zekerheid worden toegewezen, dan wordt het niet gebruikt om de QSO-reeks te laten doorlopen.

Dat gedrag is bewust gekozen: een onvoltooid QSO is te verkiezen boven een QSO dat met de verkeerde call is gelogd.

6.7 FT2 op beperkte processors

Op langzame machines:

  1. zet Slow-PC mode aan;
  2. zet FT2: adaptive decode (CPU saver) aan;
  3. overweeg FT2: skip redundant end-slot decode;
  4. verklein de hoogte van de waterfall en de zichtbare geschiedenis;
  5. sluit Live Map als je die niet nodig hebt.

De prioriteit bij FT2 is altijd dezelfde: eerst de timing, dan de gevoeligheid, en als laatste het uiterlijk van de interface.


7. Multi Answer Mode en de wachtrij met aanroepers

7.1 Waar het om gaat

Multi Answer Mode (MAM) maakt het mogelijk meerdere aanroepers tegelijk te behandelen en meer dan één QSO actief te houden. Het MAM-paneel toont de actieve stromen en laat je stations met een dubbelklik toevoegen.

De operator blijft verantwoordelijk: MAM organiseert het werk, het geeft er geen toestemming voor. Zorg voordat je het op een drukke frequentie gebruikt dat je signaal en je configuratie schoon zijn.

7.2 Multi-stream

Setup > TX > FT2 UTILITY bevat:

De optie is als experimenteel aangemerkt: hij vergroot het aantal gelijktijdige uitzendingen en daarmee ook de kans op fouten. Begin met twee stromen.

7.3 Wachtrij met aanroepers

Het paneel Caller Queue verzamelt de stations die jou aanroepen en laat je die ordenen op operationele criteria. Het is het logische hulpmiddel wanneer je CQ roept vanaf een gezocht station en de antwoorden sneller binnenkomen dan je ze kunt afhandelen.


8. DX-Pedition- en conteststanden

8.1 Fox / Hound / SuperFox

In Setup > Advanced > OPERATING MODE:

Optie Rol
Fox Mode Jij bent de DX-expeditie: je behandelt meerdere aanroepers met meervoudige uitzending
Hound Mode Jij bent de aanroeper: je houdt je aan de aanroepregels richting de Fox
SuperFox Uitgebreide Fox-stand, met cryptografische ondertekening van het signaal
Show OTP Toont de OTP-code die het authenticatiemechanisme gebruikt

De OTP-instellingen (Setup > Advanced > OTP: OTP Enabled, OTP Seed, OTP Interval, OTP URL) gaan over het aanmaken en verspreiden van de codes waarmee een activiteit wordt gecontroleerd: die zijn voor wie een expeditie organiseert, niet voor de individuele aanroeper.

8.2 DX-Pedition Workspace

De DX-Pedition Workspace is een eigen indeling die in één beeld Full Spectrum · Decode, Signal RX · QSO Lock en Log · QSO Entry naast elkaar zet, met de UTC-tijd en de call van de operator. Hij is bedoeld voor operatordiensten aan een gezocht station, waar bandactiviteit, het lopende QSO en de loginvoer tegelijk in het oog moeten blijven.

8.3 Contest

Setup > Advanced > CONTEST stelt de lopende activiteit in:

De keuze van de activiteit verandert het aanmaken van de berichten: controleer in een contest altijd de TX-berichten voordat je begint te zenden.


9. Geavanceerd decoderen

Setup > Advanced > ADV DECODING bundelt drie hersteltechnieken, die afzonderlijk kunnen worden aangezet of automatisch worden beheerd:

Techniek Beschrijving Indicatieve winst
Coherent Avg Coherent gemiddelde over meerdere slots voor Q65 en JT65 +1…3 dB
Neural Sync FT8-decodering met geforceerde OSD (Ordered Statistics Decoding) +2…3 dB bij grenssignalen
Turbo Feedback Uitgebreide LDPC-iteraties om marginale decodes te redden wisselend

Met Auto Mode actief zet Decodium de drie technieken alleen aan wanneer ze nodig zijn, op grond van de gemeten omstandigheden; het veld Live state toont welke er op dat moment actief zijn.

De prijs van deze opties is processortijd. Op langzame machines maakt het allemaal handmatig aanzetten de situatie slechter in plaats van beter: Auto Mode is in de meeste gevallen de verstandigste keuze.

Andere decodeeropties staan in Setup > Decode:


10. Live Map, Astro en Time Sync

10.1 Live Map

De Live Map toont de gedecodeerde stations en de paden tussen jouw station en de hunne, met markeringen gekleurd naar richting en status. Hij wordt automatisch gewist bij het wisselen van band of mode en wanneer je de decodeerlijsten leegt, zodat er geen verouderde activiteit op de kaart blijft staan.

Tijdens het zenden wordt de kaart met opzet minder vaak bijgewerkt: dat is een keuze van prioriteit, want de grafische thread mag geen tijd van de uitzending afsnoepen.

Heb je de kaart niet nodig, dan geeft sluiten GPU en geheugen vrij — het is het eerste paneel dat je op eenvoudige hardware opgeeft.

10.2 Astro

Het paneel Astro levert de astronomische gegevens die van pas komen bij EME en bij VHF/UHF-werk: maanpositie, azimut en elevatie, doppler, degradatie. De map met AzEl-gegevens stel je in bij Setup > Audio > DIRECTORY.

10.3 Time Sync (DecoSyncTime)

Het paneel DecoSyncTime brengt alles rond tijd samen:

Hoe je het leest:

Waarneming Betekenis
Gemiddelde DT ≈ 0 over veel stations De klok is goed
Gemiddelde DT constant en niet nul Fout in de plaatselijke klok: NTP rechtzetten
DT verspreid maar gecentreerd Normaal, dat is de propagatie
Hoge decodeerlatentie Processor onder druk: overweeg de Slow-PC-stand

Er is ook een schatting van de drift van de geluidskaart in ppm, met een groen/oranje/rode aanduiding: een grote drift verschuift de slottiming geleidelijk en is kenmerkend voor goedkope USB-codecs.


11. Log, onlinediensten en koppelingen

11.1 Plaatselijk QSO-log

Decodium houdt het plaatselijke ADIF-log bij en het venster QSO Log, met invoer en bewerking van QSO's. De gedragsopties staan in Setup > Reporting > LOGGING: bevestiging vóór het loggen, verplichte velden, opmaak van de rapporten.

11.2 PSK Reporter

Decodium stuurt de waarnemingen naar PSK Reporter en laat je in het bijbehorende paneel je eigen spots opzoeken. Het versturen werkt via een wachtrij: zijn er geen waarnemingen te versturen, dan wordt er geen achtergrondverkeer naar de dienst in stand gehouden.

11.3 QRZ Logbook, Cloudlog en LoTW

Dienst Sectie Wat nodig is
QRZ Logbook Setup > Reporting > QRZ LOGBOOK API-key van het logbook
Cloudlog Setup > Reporting > CLOUDLOG URL van de installatie en API-key
LoTW Setup > Reporting > LOTW Inloggegevens om de lijst met LoTW-gebruikers te downloaden

Voor Cloudlog normaliseert Decodium het API-eindpunt en onderscheidt het in de foutmeldingen problemen met HTTP, met authenticatie en met de proxy: mislukt het uploaden, dan zegt de melding welk van de drie het is.

De LoTW-gegevens dienen ook voor het markeren van LoTW-gebruikers in Full Spectrum (kleur LoTW marker).

11.4 DX Cluster

Het paneel DX Cluster maakt verbinding met een telnet-node en toont de spots, met filtermogelijkheid. De configuratie staat in Setup > Reporting > DX CLUSTER (host, poort, call voor het inloggen, filters).

11.5 Koppeling met externe programma's

Koppeling Sectie Typisch gebruik
UDP Server Setup > Reporting > UDP SERVER JTAlert, GridTracker en andere programma's die het UDP-protocol van WSJT-X ondersteunen
N1MM / EasyLog Setup > Reporting > N1MM / EasyLog Contestlogging
ADIF TCP Setup > Reporting > ADIF TCP QSO's via TCP naar externe logprogramma's sturen

Gebruik je JTAlert of GridTracker, dan moet de UDP Server actief zijn en moet de poort overeenkomen met die in het externe programma.

11.6 Audio-opname

Setup > Reporting > RECORDING regelt het opnemen van de ontvangen audio, nuttig voor analyse achteraf en om echte voorbeelden bij een foutmelding te voegen.


12. Decodeergeschiedenis, filters en waarschuwingen

12.1 Decode History

Decodium bewaart de decodes in een SQLite-database die je via het venster History kunt doorzoeken. Je kunt zoeken op:

De resultaten kun je naar ADIF exporteren. De geschiedenis blijft na het afsluiten van het programma bestaan en maakt analyse achteraf mogelijk: propagatie nagaan, bandactiviteit controleren, een twijfelachtig QSO reconstrueren.

De live weergaven in het geheugen zijn begrensd zodat het RAM-gebruik tijdens lange sessies niet oploopt; de volledige geschiedenis blijft in de database.

12.2 Geluidswaarschuwingen

Setup > Alerts > AUDIO ALERTS laat je een geluid koppelen aan bepaalde gebeurtenissen: nieuw DXCC, nieuwe locator, een gezochte call, een directe aanroep. Zo kun je op de achtergrond werken zonder naar het scherm te staren.

12.3 Filters: blacklist, whitelist en gebieden

Setup > Filters bevat:

Sectie Functie
BLACKLIST Calls die worden genegeerd
WHITELIST Calls die altijd worden weergegeven
ALWAYS PASS Regels die de filters overrulen
EXCLUDE TERRITORY Uitsluiting per geografische entiteit
FILTER OPTIONS Algemeen gedrag van het filteren

ALWAYS PASS heeft voorrang: dat is de plaats voor de call van een vriend die je nooit wilt missen, ook wanneer je agressief filtert.

12.4 Decodeerfilters

Setup > Decode > DECODE FILTERS grijpt eerder in, op het werk van de decoder en op wat in de lijsten wordt gepubliceerd. Met verstand gebruikt verlaagt het de processorbelasting op een drukke band.


13.1 Extern webdashboard (iPad, telefoon, PWA)

Decodium bevat een interne webserver waarmee je het station vanaf een ander apparaat in hetzelfde lokale netwerk kunt bedienen.

Inschakelen

  1. Open Setup > Display > REMOTE WEB SERVER (iPad / mobile PWA) of Setup > Reporting > REMOTE WEB DASHBOARD (LAN).
  2. Zet de server aan en stel poort en inloggegevens in.
  3. Zoek het IP-adres van de stationscomputer op.
  4. Open op de tablet of telefoon http://IP-ADRES:POORT in de browser.
  5. Voeg de pagina toe aan het beginscherm om die als app te gebruiken (PWA).

Beveiliging — lees dit voordat je hem aanzet

De stap-voor-stapgids voor beginners staat in het bestand doc/WEBAPP_SETUP_GUIDE.en-GB.md bij de broncode, met het onderdeel over probleemoplossing en de beschrijving van de API-eindpunten voor gevorderd gebruik.

13.2 FT2-Link (experimenteel)

FT2-Link is een open protocol voor betrouwbare chat en berichten, in ontwikkeling binnen Decodium. Het is openbaar gedocumenteerd en staat los van het modem: dezelfde ARQ kan over verschillende golfvormen werken.

Profiel Naam voor de gebruiker Doel
NARROW FT2-Link Narrow Discovery, CQ, handshake, terugval bij zwak signaal
W500 FT2-Link 500 Chat en korte berichten in ongeveer 500 Hz
W2300 FT2-Link 2300 Snellere chat en kleine gegevensoverdracht

De beoogde gang van zaken is: beacon of CQ op NARROW, antwoord HELLO, onderhandeling over het beste gemeenschappelijke profiel, overgang naar W500 of W2300 voor de gegevens, en terugval naar NARROW als het brede profiel het niet houdt.

De werkperiode van FT2-Link is 15 seconden, anders dan de 3,75 s van FT2.

Let op. FT2-Link is experimenteel materiaal, en de profielen W500/W2300 zijn geen standaard FT2 en mogen niet als zodanig worden voorgesteld. Controleer voordat je zendt de regelgeving die geldt voor de bandbreedte die je van plan bent te gebruiken, in jouw band en jouw IARU-regio.


Deel III — Naslag

14. Naslag van de instellingen

De instellingen zijn verdeeld over dertien tabbladen. Hieronder staan alle secties in de volgorde waarin ze verschijnen, met hun functie.

14.1 Station

Sectie Inhoud
STATION DETAILS My Call, My Grid, Auto Grid, IARU Region, Type 2 Msg Gen, Op Call
STATION INFO Station Name, QTH, Rig Info, Antenna, Power (W), WSPR Power — gegevens voor het log

14.2 Radio

Sectie Inhoud
BACKEND CAT Keuze van de backend (Native, Hamlib, TCI, OmniRig) en beheer van de CAT-profielen
CAT CONTROL Poort, snelheid, seriële parameters, PTT-methode, verbindingstest
SPLIT OPERATION None, Rig, Fake It
DIAGNOSTICS Uitlezen van frequentie en mode, PTT-test, PWR/SWR/ALC-telemetrie

14.3 Audio

Sectie Inhoud
AUDIO DEVICES Ingangs- en uitgangsapparaten, kanaal (Mono, Left, Right, Both), bron aan de radio (Rear/Data, Front/Mic)
LEVELS RX- en TX-niveaus, automatische RX-niveauregeling
DIRECTORY Opslagmappen (opnamen, AzEl-gegevens)

14.4 TX

Sectie Inhoud
POWER MEMORY Band TX Memory, Band Tune Mem — bewaart zend- en Tune-vermogen per band
FREQUENCY AND TIMING TX Frequency, TX Slot (First :00/:30 of Second :15/:45), TX Delay (s), Allow TX QSY
READY PROFILES Vier kant-en-klare profielen (zie 14.4.1)
AUTO SEQUENCE Regels van de QSO-automatiek (paragraaf 5.4)
FT2 UTILITY FT2-parameters, herhalingen, robuustheid, MAM multi-stream (hoofdstuk 6)
WATCHDOG Beveiliging tegen eindeloze uitzendingen (zie 14.4.2)
CW ID CW ID after 73, CW ID Interval (min) — identificatie in CW waar die verplicht is
TONE SPACING Toonafstand voor tests en metingen

14.4.1 Ready Profiles

De kant-en-klare profielen zetten in één handeling een samenhangend geheel van parameters:

Profiel Bedoeld gebruik
Balanced (daily QSO) Standaard: goed compromis voor dagelijks gebruik
Weak-signal / DX hunting Geeft voorrang aan gevoeligheid en het redden van marginale signalen
Contest / high density Geeft voorrang aan snelheid en tempo, met minder herhalingen
CPU-limited (Decodium Console / mini PC) Verlaagt de rekenlast voor kleine pc's en embedded systemen

Het actieve profiel is aangeduid met ● active. Je kunt van een profiel uitgaan en daarna afzonderlijke opties aanpassen: jouw wijzigingen blijven staan en worden pas overschreven wanneer je een ander profiel toepast.

14.4.2 Watchdog

Instelling Betekenis
TX Watchdog Mode Off, Time (tijdsgrens), Count (herhalingsgrens)
TX Watchdog Time (min) Maximaal aantal minuten aaneengesloten zenden
TX Watchdog Count Maximaal aantal herhaalde uitzendingen
Log QSO at watchdog timeout Logt het QSO alsnog wanneer de watchdog afgaat
Tune Watchdog (s) Tijdsgrens voor Tune

Laat de watchdog aan staan. Dat is de beveiliging die een vergeten drager op de band voorkomt wanneer je de kamer verlaat.

14.5 Display

Sectie Inhoud
ASPETTO / TEMA Thema, stijl, kleuren van de interface
BANDE OPERATIVE Zichtbare banden en bandplannen
UI — PERFORMANCE Kwaliteit van de interface, procesprioriteit, Qt-stijl, losgemaakt venster zonder rand, FPS-grens van het spectrum, aanduiding van processordruk
FONT Lettertypen van de interface en van de decodes
DECODES Zichtbare kolommen in Full Spectrum en Signal RX (Dist, Az, Freq)
MAP AND DISTANCE Miles, Greyline, Map All Msgs, Click TX
ALIGNMENT Align, Align Steps, Align Steps 2 — fijne uitlijning van de decodes
REMOTE WEB SERVER Dashboard voor iPad en mobiel (paragraaf 13.1)
DECODE LIST DISPLAY Uiterlijk en dichtheid van de decodeerlijsten

Procesprioriteit. High (recommended) is de aanbevolen instelling. Realtime is van een waarschuwing voorzien: op sommige systemen kan de computer daardoor traag of instabiel worden. Gebruik die niet als je geen specifieke metingen doet.

14.6 Decode

Sectie Inhoud
DECODE PARAMETERS Diepte en algemene parameters van het decoderen
JT65 VHF/UHF JT65-parameters specifiek voor VHF/UHF
SIDELOBE CONTROL Beheersing van de zijlobben
DECODE FILTERS Filters die werken voordat de decodes worden gepubliceerd

14.7 Reporting

Sectie Inhoud
NETWORK SERVICES Algemene vrijgave van de netwerkdiensten
DX CLUSTER Node, poort, login, filters
CLOUDLOG URL en API-key
QRZ LOGBOOK API-key
LOTW Inloggegevens en download van LoTW-gebruikers
LOGGING Gedrag van het log en QSO-bevestiging
RECORDING Audio-opname
REMOTE WEB DASHBOARD (LAN) Webserver en inloggegevens
UDP SERVER UDP-protocol voor JTAlert, GridTracker en dergelijke
N1MM / EasyLog Contestkoppeling
ADIF TCP QSO's via TCP versturen

14.8 Frequencies

Beheer van de werkfrequenties: lijst per band en mode, toevoegen, wijzigen, laden en opslaan in bestanden .qrg / .qrg.json, met de mogelijkheid een externe lijst met de eigen lijst samen te voegen (Merge Working Frequencies) in plaats van die te vervangen.

14.9 Colors

Sectie Inhoud
DECODE COLORS Kleuren voor verzonden bericht, eigen call, nieuw DXCC (en per band), nieuw continent, nieuwe CQ- en ITU-zone, nieuwe locator, nieuwe call, LoTW-markering, CQ, DX-entiteit, 73/RR73, B4, gewone decodes
HIGHLIGHTING Regels voor het markeren
COLORI INTERFACCIA Achtergrond en tekst van de interface
SPECTRUM Paletten van de waterfall en de panadapter

14.10 Advanced

Sectie Inhoud
DATA DOWNLOAD Downloaden van de hulpgegevens
STARTUP Monitor OFF, Monitor Last, Auto Astro, High DPI, Direct Visual, Slow-PC mode, Low CPU en andere startopties
DATA UPDATES Bijwerken van de LoTW-gebruikers en de gegevens van de Amerikaanse staten, met Force Update
BEHAVIOR Quick Call, Force Call 1st, VHF/UHF, Wait Features, Erase Band Act, Clear DX Grid, Clear DX Call, RX>TX after QSO, Alt Erase Btn, No Btn Color
OPERATING MODE Fox Mode, Hound Mode, SuperFox, Show OTP
CONTEST Activiteit, uitwisselingen en contestnamen
NTP TIME SYNC Interne NTP-client
ADV DECODING Coherent Avg, Neural Sync, Turbo Feedback, Auto Mode (hoofdstuk 9)
OTP OTP Enabled, OTP Seed, OTP Interval, OTP URL

14.11 Alerts

AUDIO ALERTS — geluiden koppelen aan gebeurtenissen (nieuw DXCC, nieuwe locator, gezochte call, directe aanroep).

14.12 Filters

BLACKLIST, WHITELIST, ALWAYS PASS, EXCLUDE TERRITORY, FILTER OPTIONS (paragraaf 12.3).

14.13 UI Buttons

TOP TOOLBAR (zichtbaarheid van de knoppen) en TOOLBAR BUTTON ORDER (volgorde, met terugzetten naar de standaardwaarden voor de toolbar en voor het TX-paneel).


15. Sneltoetsen

Zenden

Toets Actie
F1F7 Kiest bericht TX1 … TX7
F9 Schakelt de ontvangst om naar alleen de eerste of de tweede periode
Esc Halt — onmiddellijk stoppen met zenden

Bediening (Ctrl)

Toets Actie
Ctrl+A Zet Auto Sequence aan of uit
Ctrl+G Maakt alle TX-berichten aan
Ctrl+Z Zet de ZAP-stand aan of uit

Acties (Alt)

Toets Actie
Alt+L Logt het lopende QSO
Alt+M Leegt de decodeerlijst
Alt+S Stopt het zenden

Overig

Toets Actie
F11 Volledig scherm (als dat is ingeschakeld in Setup > Display > UI — PERFORMANCE)

De volledige lijst is in het programma te vinden onder Keyboard Shortcuts.


16. Diagnose en probleemoplossing

16.1 Ik decodeer niets

Werk de punten in deze volgorde af:

  1. Staat Monitor aan? De knop moet STOP aangeven.
  2. Loopt de waterfall? Staat die stil, dan zit het probleem in het audio-invoerapparaat en niet in de decoder.
  3. Is het RX-niveau redelijk? Een veel te lage ruisvloer en oversteuring verhinderen het decoderen even goed.
  4. Is de klok gesynchroniseerd? Controleer het Time Sync-paneel. Bij FT2 en FT4 zijn enkele tienden van een seconde genoeg om alles te missen.
  5. Past de mode bij de frequentie? FT8 op een FT4-frequentie decodeert niets.
  6. Is het audiokanaal het juiste? Bij een stereocodec staat het verkeerde kanaal gelijk aan stilte.

16.2 Ik zend, maar niemand antwoordt

16.3 Grafische en prestatieproblemen

Verschijnsel Oplossing
Haperende interface, vertraagd decoderen Slow-PC mode, FPS-grens van het spectrum, Live Map sluiten
Zwart beeld of artefacten in de waterfall Onder Windows de terugval op D3D11 gebruiken in plaats van D3D12; GPU-drivers bijwerken
Zeer langzame start Normaal bij de eerste start (kaartcache en gegevens); blijft het, controleer dan antivirussoftware en langzame schijven
Lettertype van de decodes loopt niet gelijk Stel een lettertype met vaste breedte in bij Setup > Display > FONT
Processor steeds op volle belasting Beperk de opties bij ADV DECODING, gebruik Auto Mode, zet FT2: adaptive decode aan

De aanduiding van de processordruk in Setup > Display > UI — PERFORMANCE telt de overbelastingsgevallen van de sessie: loopt de teller severe op, dan houdt de computer het niet bij en moet de configuratie lichter.

16.4 Audio blijft hangen of drager na het zenden

Decodium bevat een TX-audiowatchdog die juist voor dit geval bedoeld is. Doet het probleem zich voor:

  1. gebruik Halt (of Esc);
  2. controleer of de PTT aan de radio is vrijgegeven;
  3. controleer het audio-uitvoerapparaat in Setup > Audio;
  4. gebeurt het steeds opnieuw, maak dan een diagnoselog en meld het geval.

16.5 CAT-poorten die wisselen of dubbel verschijnen

Gebruik onder Linux de paden /dev/serial/by-id/..., die na een herstart stabiel blijven. Verschijnt hetzelfde apparaat twee keer (als /dev/ttyUSB0 en als by-id-pad), kies dan het by-id-pad en niet beide: het is hetzelfde fysieke apparaat.

16.6 Een fout nuttig melden

Decodium heeft een venster om fouten te melden. Een nuttige melding bevat:


17. Bestanden, mappen en gebruikersgegevens

Decodium gebruikt de standaardmappen van het systeem die Qt voorschrijft voor:

De precieze locaties hangen van het platform af. De betrouwbaarste manier om ze te vinden is het startlog te lezen, waarin Decodium de belangrijkste paden afdrukt (AppDataLocation, CacheLocation, pad van de database).

Voor een volledige back-up van de configuratie heb je nodig: de map met instellingen, het ADIF-log en de database met de geschiedenis.

Decodium heeft ook een migratie van de opslag: verandert de structuur van de gegevens tussen versies, dan worden bestaande bestanden bij de eerste start omgezet. Vóór een grote update blijft een kopie van de gegevensmap toch de verstandige voorzorg.


18. Bouwen vanaf de broncode

18.1 Afhankelijkheden

Afhankelijk van het platform heb je nodig:

18.2 Buildscripts

De repository bevat kant-en-klare scripts voor de belangrijkste platforms:

Bestand Gebruik
build-linux.sh, docker-build-linux.sh Linux-build, ook in een container
build-arm.sh Build voor ARM/aarch64
build-intel-x64.sh Build voor Intel x86_64
build_and_package.bat, reconfigure_and_build.bat Build en pakket maken onder Windows
Dockerfile.ubuntu-x64, Dockerfile.trixie-arm Reproduceerbare buildomgevingen

De aantekeningen specifiek voor Windows staan in doc/building on MS Windows.txt en de bestanden ernaast; de macOS-overzetting is beschreven in doc/MACOS_PORTING_v1.2.0.md.

18.3 Tests

De map tests/ bevat de unittests en de vergelijkingen tussen de decoderimplementaties, waaronder de tests voor FT2 en FT2-Link. Uitvoeren met:

ctest --output-on-failure

De vergelijkingstests tussen decodeertrappen zijn het juiste gereedschap om na te gaan dat een wijziging in de decoder geen achteruitgang in gevoeligheid heeft geïntroduceerd.


19. Verklarende woordenlijst

Term Betekenis
ADIF Standaardformaat voor het uitwisselen van amateurlogs
ALC Automatic Level Control van de radio: in digitale modes moet die in rust blijven
AP A priori: informatie die vooraf bekend is en het decoderen helpt
Auto Sequence Automatisch doorlopen van de berichtenreeks van het QSO
B4 Before: station dat op die band en in die mode al gewerkt is
CAT Computer Aided Transceiver: besturing van de radio vanaf de computer
DT Tijdsverschil tussen het ontvangen signaal en het verwachte slot
DXCC Geografische entiteit van het DX Century Club-programma
Fox / Hound Rollen bij DX-expedities: Fox is de expeditie, Hound de aanroeper
FT2 Fast Track 2: 4-GFSK-mode met een slot van 3,75 s, ontstaan in dit project
GFSK Gaussian Frequency Shift Keying, frequentieverschuiving met gaussisch filter
Grid / Locator Maidenhead-coördinaten (bijvoorbeeld JN71DC)
LDPC Low-Density Parity-Check: de foutcorrectiecode van de FTx-modes
MAM Multi Answer Mode: meerdere QSO's tegelijk
OSD Ordered Statistics Decoding: decodeertechniek voor grenssignalen
PTT Push To Talk: het commando om in zenden te gaan
QSB Schommeling van het ontvangen signaal
Slot / T/R-periode Afwisselend tijdvak voor ontvangen en zenden
SNR Signaal-ruisverhouding in dB, herleid tot een bandbreedte van 2500 Hz
Split Zenden op een andere frequentie dan de ontvangstfrequentie
TCI Besturingsprotocol dat sommige radio's en SDR-programma's gebruiken
ZAP Stand om storingen en ongewenste signalen te onderdrukken

20. Dankwoord, licentie en contact

Het project

Herkomst van de code

Decodium stamt af van de lijn WSJT-X, ontwikkeld door Joe Taylor K1JT, Steve Franke K9AN, Bill Somerville G4WJS en de overige auteurs van het project, en verspreid onder de GPL. De bestanden AUTHORS, THANKS en COPYING bij de broncode geven de volledige vermeldingen en de licentie. De eigen bijdragen van dit project — het FT2-protocol, de herschreven decoders en modulatoren, de QML-interface, de geïntegreerde diensten — staan beschreven in de commitgeschiedenis en in CHANGELOG.md.

Licentie

Decodium 4.0 Core Shannon is vrije software, verspreid onder de GNU General Public License versie 3. Je mag het gebruiken, onderzoeken, wijzigen en verder verspreiden volgens de voorwaarden van die licentie. Het programma wordt geleverd zonder enige garantie, voor zover het toepasselijke recht dat toestaat.

Waar je hulp vindt

Slotopmerking over het bedrijf

Decodium bestuurt een zender. De verantwoordelijkheid voor wat de lucht in gaat — band, bandbreedte, vermogen, tijden, machtigingen — ligt bij de operator die de licentie houdt. De experimentele functies van het programma, in het bijzonder de brede FT2-Link-profielen en de multi-streamstanden, gebruik je pas nadat je de regelgeving hebt nagegaan die in jouw band en jouw IARU-regio geldt.

73 de IU8LMC

↑ Terug naar boven